Terug naar begin
Naar andere verhalen zonder tekeningen
  Terug naar 'dachtsels' Terug naar inhoud tekeningen
     
 

Wijffie

 
 

Over de markt van Breda jagen sneeuwvlagen. Wijzelf  zitten in een warm café en kijken naar de kouwelijke mensen buiten. Daar loopt ineens een vastberaden wijffie in een nette cameljas en met blote slechts licht bekousde benen onder een korte rok op dameslengte.

Ik krijg het al koud als ik het zie.
Ze stevent op de deur van het café af en komt binnen om een plaatsje in de serre of het café te zoeken, maar alles is vol. Bij ons tafeltje blijft ze een beetje mopperig staan. "Het is wel druk hier", zegt ze hoopvol.

Beschrijving: sch5bw
 

Vanzelfsprekend bieden we haar een plaatsje bij ons tafeltje aan. Ze trekt omstandig haar jas uit, vouwt die keurig op en gaat zitten, terwijl ze de rok van haar blauwe mantelpakje recht trekt. De hooggesloten bloes eronder, bijeengehouden met een ouderwetste broche, doen even vermoeden dat het om een kloosterzuster gaat. Maar nee, daar komen we al snel achter.


 
 

Omdat we op dat moment zelf toch voor een tweede rondje gaan, bieden we haar gezien de kloosteruitstraling een kopje koffie aan. "Wel nee, zegt ze, koffie heb ik vanochtend al gehad, ik neem nu lekker een glaasje wijn.

 
 

Maar ik ga het zelf wel bestellen, ik moet toch
nog sigaretten hebben. Ik hoop dat ze me even helpen, want die automaten tegenwoordig zijn zo lastig. Als je tegen de tachtig loopt, maar je daar best hulp bij vragen, toch?"

 
 


Even later is ze terug met sigaretten en haar wijntje. Al gauw blijkt dat ze niet alleen om een stoel, maar ook om een praatje verlegen zat.
 "Ik kom hier vaak, vertelt ze "Ik had afgesproken met een kennis van me, haar man is pas overleden en nu vang ik haar een beetje op. Maar nu is ze ziek. Vorige week heeft ze de hele week boodschappen gedaan voor haar familie en nu ligt ze zelf in bed. Maar ik dacht, ik ga toch even lekker wat drinken. Een glaasje wijn, daar wordt je warm van.
Vorige week dinsdag was ik hier ook, zat ik naast een echtpaar, dat
blijkbaar ruzie had. Toen hij naar het toilet ging, begon de vrouw toch
vreselijk over hem te mopperen! Dit deed hij  niet goed, daar had ze
commentaar op. Op een gegeven moment was ik het zat. "Mevrouw, zei ik, Ik wou dat mijn man dat allemaal deed! Hoe zo, vraagt ze. Omdat die van mij dat allemaal niet meer kan, want hij is pas geleden gestorven."

 

     
 

Ze neemt een tweede sigaret uit het pakje. "Rookt u? Nee? Nooit aan beginnen hoor! Ik ben weer begonnen toen mijn man overleed. Nou ja, ik moet toch ergens aan doodgaan. Ik ben begeleidster bij een soort soos voor ouderen geweest. Allemaal weduwen en weduwnaren. Aan de ene kant van de zaal zaten de dames te handwerken, aan de andere kant deden de heren een spelletje biljart of zo. Eén man kon het verlies van zijn vrouw niet verwerken en hij at zijn verdriet weg. Tonzwaar werd hij. Er was daar altijd wel iemand die een slechte dag had, een trouwdag, of een verjaardag of de sterfdatum. Kop op, zei ik dan tegen die mensen, we moeten allemaal een keertje gaan, anders wordt het hier zo vol dat we op elkaar worden gestapeld. Stel je voor dat je onder die dikkerd terechtkomt." Gegierd hebben ze.

 
     
 


Ja, als je niet meer lachen kan?" Ze neemt nog een slok van haar wijn.
"Je moet een beetje blijven leven, het is niet anders. Ik kom hier met de
bus vanuit de buitenwijk. Er gaat ieder half uur een bus, dus je bent er zo.
Ik doe samen met mijn dochter met de krant, die breng ik haar ook iedere dag met de bus. Halverwege, bij Mc Donalds stap ik uit, daar is de koffie maar 45 cent, moet je weten. Mijn kennis is er dan ook, is ze er ook even uit. Als ik niet te lang blijf zitten, kan ik op dezelfde strippen weer verder in de bus. Zo kom je nog eens onder de mensen. Wat moet je dan? Voor de televisie gaan zitten en al die ellende aanzien? Oorlogen, overstromingen en aanslagen. en de buitenlanders krijgen overal de schuld van. Belachelijk, daar zitten ook goeien tussen.

 
     
 

Ik zal u vertellen, ik woon vlak bij een school. Ik zag ooit een jongen van
een jaar op tien een jochie van vier een paar klappen verkopen. Ik er op af:
'Hou daar eens mee op, rotzak riep ik. Zei die knaap: Ja maar, het is een
Turk. Ach wat, zei ik, als jouw vader een Turk was geweest, was jij het
ook.!
Ik troostte dat manneke, gaf een ijsje en even later kwam die moeder me
bedanken. Met die familie heb ik nog steeds contact. Zúlke mensen! Al die
jaren is dat manneke bij mij thuis gekomen, kwam altijd vragen of ik nog
ijsjes had. Nu is het 22  en hij gaat naar de Hogeschool; Tienen en negens
haalt hij. Ik ben zijn Nederlandse oma, zegt hij. Zo zie je maar, er zitten
best intelligenten tussen! Ik ben hartstikke trots op die jongen."