retour home
retour boek overzicht

Niet weg te branden van de Kaai

Organisator Wielrennen John Hertogh
retour overzicht
boek
   
 

Na een jaar of drie bedachten we dat het wel leuk zou zijn om ook een profronde te houden.

 

John Hertogh

 

Het is niet zo’n grote man, geen geweldenaar, maar hij haalt met zijn ‘Kaai-team’ toch al jarenlang de grootsten uit de wielerwereld naar Roosendaal: John Hertogh, voorzitter van de Draai van de Kaai. Zelf is hij er maar bescheiden onder: ,,Verstand van wielrennen? Ik? Zeker en vast van niet. Eigenlijk weet ik meer van voetballen.”
Dat neemt niet weg, dat hij alle hoogtepunten van de Draai moeiteloos kan opdreunen. Als een kleine wervelwind ronddraaiend om zijn as, benoemt hij een voor een de foto’s aan de wanden van zijn kantoor. De verhalen komen los.
,,Het begon in 1980 natuurlijk allemaal met Joop Zoetemelk die bij ons aan de start verscheen. Joop had net de Tour de France gewonnen en daardoor trok onze eerste Draai van de Kaai ineens ontzettend veel publiek. Wij waren eigenlijk alleen gewend om een volksronde te organiseren, maar een profronde, dat was weer wat nieuws.
‘Wij’ , dat waren de leden van de winkeliersvereniging van de Kade. We hadden al een paar jaar een heel programma, met naast die volkswielerronde ook een jaarmarkt en een meerkamp. Waarom we dat deden? Gewoon om wat meer publiek naar de Kade trekken.
Na een jaar of drie bedachten we dat het wel leuk zou zijn om ook een profronde te houden. Op zich niets bijzonders, in die tijd had ze wel zo’n 75 professionele wielerrondes. Ieder dorp in de buurt had er wel een. Zouden wij dat niet aankunnen? Zou er nu echt zo’n verschil zijn met een ‘gewone’ ronde? Maar ja, toen won Joop de Tour en iedereen wilde Joop Zoetemelk zien rijden. En in plaats van de gezellige drukte die we gewend waren, zag het die maandag ineens zwart van de mensen.
We wisten bij God niet wat ons overkwam. Iedereen die we kenden werd opgetrommeld om kaartjes te verkopen en extra kassaposten te maken. Geldkistjes hadden we natuurlijk niet genoeg, dus in mijn winkel werden schoenendozen leeggemaakt om het geld in te bewaren. Het geld vloog binnen, we konden het bij wijze van spreken niet snel genoeg aanpakken, of het viel zo op de grond.”

,,Na die eerste hectische keer hebben we onszelf wel even achter de oren gekrabd. ‘Zo, zo, is dit nu een profronde’ , zeiden we tegen elkaar. In de loop van het volgende jaar zijn we toen maar eens begonnen om de ronde goed in de steigers te zetten. En nu is het een geweldige organisatie.
Het leuke is, dat de meeste mensen van het eerste uur nog steeds meedoen. Er zijn 200 medewerkers, we hebben bochtencommissarissen, de mannen van de hekken, de kassaposten. Zelfs de toenmalige leden van jongerenorganisatie KPJ zijn niet weg te denken. De KPJ hebben ze op dertigjarige leeftijd moeten verlaten, maar bij ons blijven ze komen.
De winkeliersvereniging van de Kade is al lang niet meer de enige financier van de Draai van de Kaai. Jaarlijks worden hele sponsorpakketten verkocht. Zo zijn er hoofdsponsors, zoals Super Pollemans, en gouden sponsors, zoals Verlascon.
Ze sponsoren van alles, niet alleen de renners die we contracteren, maar ook de artiesten die we laten optreden, en de bekende Nederlanders die we vragen om het startschot te komen geven, zoals Katja Schuurman, Georgina Verbaan en Leontien van Moorsel

Na dat eerste jaar volgden veel meer hoogtijdagen. We hebben hier aan de start mooie renners gehad. Natuurlijk kwam Joop Zoetemelk terug naar de Draai en in 1985 won hij eerst bij ons, en dat najaar werd hij wereldkampioen. Dat was ook weer een opsteker voor het jaar daarop, want toen wilde men de wereldkampioen wel zien rijden.
In 1989 stond Laurent Fignon aan de start. Ook zo’n renner die dat jaar ‘in the picture’ stond. Deze man presteerde het om in de finale van de Tour de France maar liefst 58 seconden goed te maken op de gedoodverfde winnaar Greg Lemond.”
Hij draait weer een slag verder op zijn hakken en wijst naar de foto van Indurain. ,,In 1994 kregen we Miquel Indurain zo gek om naar Roosendaal te komen. Op dat moment was hij vijf keer winnaar van de Tour de France, een publiekstrekker van jewelste. Hij kwam met een vliegtuig vanuit Biarritz aan op Seppe, we zijn hem toen met het voltallige bestuur gaan ophalen. Hij logeerde een nachtje in Roosendaal, reed de ronde en vertrok de volgende ochtend weer naar huis.”
Indurain won trouwens niet in Roosendaal, hij moest de overwinning afgeven aan Djamolidin Abdoesjaparov . Net zo min als Fignon de Draai won in 1989, toen was Phil Anderson hem te vlug af. En toen in 1995 de grote Lance Amstrong kwam, stond Jeroen Blijlevens op het hoogste ereschavot. Amstrong moest tot 1999 wachten voor hij de Roosendaalse eer kon bereiken.
,,Het is dus niet zo, dat wij van tevoren al regelen, wie er gaat winnen”, zegt John Hertogh met klem. ,,Sterker nog: we zouden God op onze blote knietjes dankbaar zijn als de publiekslieveling altijd kon winnen.”

Voor iemand die geen verstand van wielrennen heeft, praat hij tegenwoordig een aardig partijtje mee. ,,En toch wist ik toen we begonnen echt heel weinig van het wielerwereldje. Ik kende het wel, uit de verte. Mijn moeder had vroeger tijdens de Tour de France altijd de radio aan. En later was ik fan van de coureur René Pijnen, dus ik ging wel eens naar een ronde hier in de buurt. Maar als kennis van het wielrennen was dat glad niet voldoende. Gelukkig wist een van de comitéleden destijds veel meer over wielrennen, anders was er nooit een Draai geweest.”
De naam van de ronde, ook al zo iets. Een flits, een vluchtige opmerking en de naam was geboren. Draai van de Kaai. Er zijn maar weinig Roosendalers die de Kade zo noemen. Hij woont aan de Kaai, zegt men. Ook John Hertogh zegt het zo: Ik ben een echte Kaaiman. ,,Ik ben hier op de Kaai geboren. We zijn een echte ‘schoenenfamilie’. Mijn vader en zelfs mijn opa, zaten al ‘in de schoenen’
Hier op de Kade woonden we bij de zaak. De Kaplaars heette ze. Een echte gezinszaak, waar een heel gezin kon slagen. Daarnaast hadden we een lederwarenzaak, een eindje verderop in de straat.
In 1971 overleed mijn vader en toen stond ik er ineens alleen voor. Toch heb ik de zaak in mijn eentje doorgezet. De lederwaren werden toen geïntegreerd in de schoenenzaak. Later ging ik weer wel uitbreiden. We openden een discountzaak, Pix Schoenen, bijna voor Nix, was de kreet. En weer later kwam pal daarnaast een luxe schoenenzaak, Fiore. En toen vond ik dat ik eigenlijk alles wel bereikt had, wat je in schoenenland kunt bereiken. Als je toch een bloeiende zaak hebt in alle drie de segmenten van de handel!
Langzaam maar zeker zijn we de zaken gaan afstoten. Alleen met Fiore helpen we op de achtergrond nog een beetje mee, we gaan nog mee naar beurzen en zo. Dat is wel leuk. Zo hebben we ons hele leven dus veranderd. Eerst opbouwen, en toen we alles bereikt hadden, weer afgebouwd. Dat is een mooi natuurlijk proces. Het gaf me ook de ruimte om andere dingen te gaan doen.
Me met de politiek bemoeien bijvoorbeeld. Ik was natuurlijk altijd wel politiek geïnteresseerd, had ook wel mijn mening over hoe dingen geregeld moesten worden. En ook in het verleden ben ik vaak gevraagd door deze en gene partij. Maar ik vond altijd dat ik dat als middenstander niet kon maken. Zakelijke en politieke belangen bijten elkaar altijd. Dus ik heb dat altijd afgehouden, tot een goede vriend van mij, Gommert Jonkers uit Wouw, mijn hulp vroeg. Hij was wethouder in Wouw en wilde ook na de herindeling graag een functie als wethouder bekleden, maar dan in de nieuwe Roosendaalse raad. Daarvoor was een uitgebreide campagne nodig. We hebben een ‘Vrije lijst’ opgericht en na de verkiezingen werd hij inderdaad wethouder en kreeg ik een zetel als raadslid. In een volgende verkiezingsronde zochten we aansluiting bij de VVD, dus tegenwoordig ben ik VVD-raadslid.”

En weer was John aan een karwei begonnen waar hij niet precies alle consequenties van kon overzien. ,,Ik kwam er al snel achter dat alleen politiek geïnteresseerd zijn, niet voldoende is om het vol te houden. Het viel me de eerste tijd niet mee. Eerlijk is eerlijk: ik vond het vreselijk. Als je de manier van besluitvormen vergelijkt met die in het zakenleven, dat is aanpassen hoor. De manier waarop er uren werd vergaderd over bedragen van duizenden euro’s, terwijl projecten van miljoenen euro’s eigenlijk zonder enige discussie worden geaccepteerd, daar moet je tegen kunnen. Wat mij betreft stellen we één keer goede beleidsregels op, waar iedere uitgave aan getoetst wordt, dan kunnen we toch veel efficiënter werken?
Ik woon graag in de binnenstad, en nu ik in de gemeenteraad zit, kan ik er alleen maar nog blijer om zijn. Al die andere raadsleden zitten altijd te mieren met het parkeren van hun auto, ze kunnen nooit iets gezellig blijven drinken omdat ze nog rijden moeten. En ik? Ik pak mijn tasje op en ik loop op mijn gemak naar huis.
Het lijkt wel of mijn hele leven zich hier op de Kade afspeelt. Ik woon nog steeds in het huis waar ik ben geboren. De helft van de tijd breng ik door in het kantoor van de Draai. Vanuit het raam van het kantoor kijk ik op de meet, de vaste start- en finishlijn van de ronde die in het wegdek is meegestraat. Daar heb ik me een paar jaar geleden hard voor gemaakt. Straks verhuizen we naar een appartement aan de overkant van de straat. Dat zal zo’n beetje de grootste verandering zijn die ik ooit heb meegemaakt. Ik ben hier geboren, ik zal hier vermoedelijk ook sterven. Wat je zegt: een vaste start- en finishlijn.”

 

 

 

 
december 2004
retour overzicht
boek
retour home
   
   
   
   
   
   
r