retour home
retour boek overzicht

Kadeboules krijgt steeds meer kleur en franje

Organisator Jeu de Boules, Jan Maas
retour overzicht
boek
   
 

,,Ieder jaar proberen we iets nieuws toe te voegen."

 

Jan Maas

 

Zilverpapier maakt eigenlijk verschrikkelijk veel lawaai als je ermee aan de slag gaat. Het dondert en het ritselt met geweld. ,,Let er maar niet op”, zegt jeu-de-boulesfanaat Jan Maas uit Roosendaal ,,Dat is zo over, ik ga iets leuks voor je maken.”
Langzaam komt na een paar keer vouwen inderdaad het foliepapier tot rust en Jan begint met vouwen, scheuren en vormen.
Hoe meer het papier tot rust komt, des te meer bewegen de handen van Jan. Ook zijn mond staat niet meer stil. ,,Ik ben een doener en een fröbelaar”, verklaart hij zijn gepriegel. ,,Ik moet altijd ergens mee bezig zijn.”  
Het is een wittekop, Jan Maas, iemand die in een gezelschap makkelijk is aan te wijzen. Aangezien hij maar al te vaak de spil en de organisator is van tal van activiteiten, komt dat weer goed uit. Zoals bij de Kadeboules in Roosendaal, het jaarlijkse jeu-de-boulesfeest.
Waarom begon hij, tien jaar geleden, plotseling aan de organisatie van zo’n groots  evenement. Was er vraag naar? ,,Niet direct”, zegt Jan. ,,Behalve dat het mijzelf een fantastisch idee leek. Maar ik ben nu eenmaal een plannenmaker. Ik vind het heerlijk om dingen te bedenken en uit te voeren. Heeft misschien iets met mijn jeugd te maken.
Bedachtzaam rolt hij het foliepapier tot een propachtig iets. Voorzichtig worden er stroken van losgescheurd, tot het op een bloem lijkt.

Zijn eerste jeugdjaren was Jan gedwongen om zich meer te richten op het maken van plannen, dan op het uitvoeren ervan. Als kind met een hartafwijking stort je je nu eenmaal niet meteen in het spel. Denken en voorbereiden worden dan natuurlijke eigenschappen. Maar nadat hij op elfjarige leeftijd een hartoperatie onderging, waren die gezondheidsproblemen voorbij. Toen ging pas echt de wereld voor hem open. Behalve plannen bedenken, kon hij ze ook gaan uitvoeren.
Vanzelfsprekend had Jan een behoorlijke leerachterstand opgelopen, dus de Knuver-mavo, die een nieuwe vorm van individueel onderwijs bood, was voor hem een uitkomst, ook voor zijn persoonlijke vorming. Na deze mavo begon hij aan de MBO iw (inrichtingswerk) en hij vond werk op het Palet, een activiteitencentrum voor verstandelijk gehandicapten.
De vingers van Jan priegelen en vormen de losse stroken tot takachtige sprieten.
,,Na een tijdje begon ik aan een studie HBO inrichtingswerk en dat leidde ook weer naar een nieuwe baan. Het werd de Levensschool in Roosendaal.”
Spekkie naar het bekkie van Jan, die zijn creativiteit weer kon botvieren. De leerplichtige werkende jongeren kregen daar les in de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals fotografie en video. Maar er werden ook wel brommers in de klas gehaald om aan te sleutelen. Een bijkomend voordeel was, dat de jongeren er ook moesten sporten en dat de leerkrachten verplicht waren om mee te doen.  ,,Ben nooit zo fit geweest als toen”, zegt Jan.

Na een tijdje kwamen bij de Levensschool ook werknemers van de sociale werkvoorziening. Ook met deze groep werden allerlei activiteiten ondernomen. Daar hoorden ook uitstapjes en vakanties bij. ,,Met een deel van hen heb ik nog steeds contact. We ondernemen allerlei dingen met die mannen, samen naar een camping in Frankrijk bijvoorbeeld.”
De sprieten krijgen even rust, onderaan het werkstuk wordt een basis gevormd. Met vaardige vingers kneedt Jan het materiaal.
,,Ik had het er naar mijn zin, maar op een gegeven moment brak in de onderwijswereld de fusiegolf aan. We rolden van de ene fusie in de andere. Het werd eigenlijk voor mij een stuk minder leuk in het onderwijs. Om toch mijn creativiteit te kunnen blijven botvieren, richtte ik samen met collega Eddy Haers het bedrijf A Vous op. Daar zagen we echt mogelijkheden om onze energie en gekkigheid gestalte te geven.
Het was de tijd van de bedrijfsfeesten en de themafeesten. In Bosbad Hoeven organiseerde A Vous bijvoorbeeld horrortochten, rondom het verhaal van de Paddevrouw. Overal acteurs op locaties die geesten, waarzeggers of andere griezels verbeeldden. Het publiek speelde net zo hard een rol als de acteurs, dat vonden we belangrijk. Verder waren we dol op special effects, er zijn daar wat rookmachines doorheen gegaan!
Kadeboules was ons eerste project. We bedachten dat de eerste actie van A Vous moest zijn om in Roosendaal een nieuwe activiteit weg te zetten.  In Maastricht is jaarlijks op het Vrijthof een prachtig toernooi. Zoiets wilden we hier ook gaan doen. .
We zochten contact met jeu-de-boulesvereniging de Bommequet.  Het uitgangspunt was meteen: het moet een toernooi worden waar jong en oud aan kunnen meedoen. Opa en oma, zowel als de kleinkinderen, het liefst in één team.  Recreanten net zo goed als licentiehouders. Ik ben zelf een enthousiast speler, maar in het wedstrijdcircuit vind je me niet. Het verschil in spelbeleving is gewoon te groot.”

De basis wordt even met rust gelaten en de vingers van Jan zoeken naar meer vorm voor de sprieten.
,,Daarom vind ik het ook belangrijk dat er aparte dagen zijn voor recreanten en voor de licentiehouders, de echte sporters dus. En als ze per ongeluk toch op de verkeerde dag inschrijven, dan zorgen we voor een aparte poule.
Vanaf het begin kregen we steun van Peter Kessler van het Verkadehuis. Je hebt nu horeca nodig als je zoiets groots en nieuws gaat opzetten en Peter is iemand die zijn nek wel wil uitsteken voor iets nieuws. Langzaam ontwikkelt zich dan zo’n evenement. A Vous zit er allang niet meer tussen, ik persoonlijk wel. Er is een stichting Kadeboules opgericht, die weer heel nauw samenwerkt met Bommequet. Die regelt bijvoorbeeld de aanvraag bij de bond voor de wedstrijd van licentiehouders.”
Jan is eigenwijs en met hem de hele stichting Kadeboules. ,,We vinden dat we het zo goed doen en we willen zelf blijven bepalen wat er in dit evenement gebeurt. We proberen op zo veel mogelijk manieren geld te binnen halen voor het toernooi. We verzamelen advertenties en we organiseren een bedrijventoernooi op vrijdagavond. Daardoor hoeven we van geen enkele sponsor afhankelijk te zijn. Zelfs niet van Verlascon, ook al geeft dat bedrijf een ruim bedrag. Ger Hermans, de directeur van Verlascon, weet hoe we er over denken en hij kan zich daar in vinden.”

Het wegzetten van het driedaagse jeu-de-boulestoernooi vergt, net als bij alle grote activiteiten, iedere keer nogal wat voorbereidingen. Het plein aan de Kade is nu eenmaal niet geschikt om te spelen, de ballen zouden zo op de stenen afketsen. Om voor zo’n tachtig teams dan toch speelruimte aan te leggen, stortte de organisatie ieder jaar weer vrachtwagens vol met puingranulaat op de tegels. Een laag die ’s zondags ook weer moet worden weggehaald. Toen de organisatie uitvond dat ook gravel volstond, was ze de koning te rijk. ,,Dat spul is veel makkelijker te storten en je hebt er veel minder van nodig, maar dat wisten we in het begin nog niet. Jammer genoeg!”
Uit de sprieten worden nieuwe sprieten gevormd, grillig, verschillend van grootte en vorm. Takken? Ja, takken!
,,Langzaam maar zeker krijgt het toernooi meer kleur en franje”, vervolgt hij. ,,Ieder jaar proberen we iets nieuws toe te voegen. De sfeer van een klein Frans pleintje krijg je niet, met zo’n enorm toernooi. Maar het straattheater met de Franse adel en het brocantemarktje ernaast kleden het toch weer gezellig aan.
We hebben daarnaast hard gewerkt om ook voor de echte sporters een goed toernooi weg te zetten. Stiekem zijn we  uitgegroeid tot het derde toernooi van Nederland. We zijn ook internationaal bekend aan het worden. Weet je wat leuk is? Ga maar eens naar Google, en tik Kadeboules maar in. Dan vind je foto’s van het toernooi tot aan Engelse sites toe!”
Naast Kadeboules is in Roosendaal een tweede toernooitje ontwikkeld, kleiner, intiemer, alleen voor Roosendalers: Tongerlooboules op het Tongerlooplein. Tot Jans tevredenheid in prachtige samenwerking met West-Brabantse kunstmanifestatie en met ‘Tongerloogeluiden’ . Zo moet het, zegt hij tevreden.
Het zilveren boompje is bijna klaar, de stam staat niet recht maar krom, als tegen de wind in. Maar het moet wel staan. Een goede basis is nodig.
Op het laatste moment verzint Jan er toch nog wat takjes bij.
Hij zet het zilveren kunststukje op tafel. ,,Ik heb nog zoveel plannen voor Roosendaal.”

 

 

 
december 2004
retour overzicht
boek
retour home
   
   
   
   
   
   
r