retour home
retour boek overzicht

‘Ze noemen het hier wel de huiskamer van Hoeven’

Organisator Biljart Kees Broos
retour overzicht
boek
   
 

Het praatje met zijn klanten gaat over voetballen, biljarten, politiek, over van alles dus, maar vooral over sport.

 

Kees Broos

 

Zijn billen rusten op de vaste kruk op het hoekje van de bar. Welkom in Het Tapperijke. Met een kop koffie of een glaasje voor zijn neus en een sigaretje tussen de vingers is kastelein Kees Broos daar altijd te vinden voor een praatje met zijn klanten. Over voetballen, biljarten, politiek, over van alles eigenlijk, maar vooral over sport.
Café Het Tapperijke In Hoeven bestaat zo’n 20 jaar. Eigenlijk staat de bar op het oudste drinkpunt van Hoeven. Vroeger, heel vroeger, was er achter het pand van Kees al een brouwerij waar ook werd getapt. Maar voor Kees en zijn vrouw Anja telt dat niet. Hun jaartelling begint op het moment dat ze de stap waagden vanuit hun vaste banen naar een nieuwe leven, achter de bar van het café.
Kees leerde zijn Anja kennen bij Byron Jackson in Etten-Leur. Kees was er werkverdeler. Best een leuke baan, vindt hij, maar hij miste er de sociale contacten. Het was niet zijn eerste job. Vanaf zijn zeventiende, met het mavo-diploma op zak, werkte hij eerst als facturist bij de boterfabriek van De Mortelen in Hoeven en later als broodbezorger bij bakker Maas . Daarna kwam hij dus in Etten-Leur terecht.
Toen Byron Jackson van naam veranderde en als Seales naar Roosendaal verhuisde, gingen hij en Anja mee. Hij hield het zelfde werk, maar echt gelukkig was Kees er niet. Extra vervelend was het dat Kees’ gezondheid in die periode achteruitging. De longklachten waar hij als kind ook al aan leed, kwamen terug.

,,Ik had gedacht dat ik er overheen was”, vertelt hij. ,,Drie jaar lang had ik in mijn kinderjaren al gesukkeld met mijn gezondheid, ik had astma en bronchitis. Op mijn elfde heb ik een heel schooljaar in de Klokkenberg doorgebracht. Geen leuke tijd. Maar na die jaren ging het beter, ik dacht ik dat ik er uiteindelijk van af was. Ik heb in mijn tienerjaren volop gesport, ik heb korfbal gespeeld en ik was ook voetbalscheidsrechter en dat ging allemaal goed. Tot het dus toch weer mis ging. En goed mis. Drie tot vier maanden lag ik in de Klokkenberg, op een gegeven moment lag ik zelfs aan het infuus. Ik was twintig en ziek, ik slikte medicijnen, ik kon nog niet naar het toilet lopen zonder moe te worden. Ik was zó depressief.
Gek genoeg heb ik daar leren roken. Ik deelde een kamer en mijn kamergenoot zag mijn situatie al een tijdje aan, tot hij op een gegeven moment zei: ‘Weet je wat jij moet doen? Af en toe eens een sigaret opsteken! Jij bent veel te gespannen!’ Ten einde raad heb ik zijn advies opgevolgd. De eerste weken vond ik het vies, maar uiteindelijk beviel het me wel. Ik rook nog steeds, maar niet over mijn longen.”

Of het nu door het roken kwam of niet, na een tijdje ging het met Kees weer zoveel beter dat hij naar huis kon. Het zou niet lang duren, voor er een grote ommekeer in zijn leven kwam. Kees verveelde zich niet, hij zat in veel verenigingen. Op een dag ging hij als bestuurslid vaantjes verkopen voor de Hoevense carnavalsvereniging. Zo kwam hij in een café in St.Willebrord terecht. Aan de bar zat ook de eigenaar van de Mantrabar in Hoeven. Die tent was gesloten en stond al een poosje te koop. Of ik die zaak niet een paar maanden open wilde gooien, vroeg hij, Een levend café is altijd aantrekkelijker om te verkopen. Ik vond het wel een leuk idee, en na drie maanden had ik er zo’n lol in, dat ik de zaak zelf heb gekocht. Samen met Anja, natuurlijk. We hebben de stap gewaagd en er nooit spijt van gehad.
Vanaf het begin hebben we er een goede boterham aan gehad, ook toen het niet groter was dan het café zelf. Ze noemen het hier wel eens de huiskamer van Hoeven. Iedere avond vanaf een uur of acht, negen zit het café vol. Jong en oud komt hier. En wat erg leuk is: de tweede generatie begint nu binnen te komen, dat zijn de kinderen van de eerste lichting gasten van twintig jaar geleden.
Ik ga graag met de jeugd om en zij met mij, heb ik de indruk. Rottigheid hebben we hier nooit. Ik ken ze natuurlijk bijna allemaal. Ik heb het ook vrij snel in de gaten als er eentje niet lekker in zijn vel zit. Als ze willen, kunnen ze altijd bij me komen praten. Soms begin ik er zelf over, zo met een losse opmerking, of een grapje, maar altijd op zo’n manier dat ze zelf kunnen kiezen of ze ergens over willen beginnen of niet. Soms bellen hun ouders naar mij. Dat ze zich bezorgd maken om hun zoon of dochter. Of ik er niet eens mee wil praten? We hebben zelf geen kinderen, wel neefjes en nichtjes waar we zoveel mogelijk aandacht aan geven. Die en de jeugd in ons café, dat zijn onze kinderen. Daar zijn we heel tevreden mee.”

Hoofonderwerp van gesprek in het café is sport. Voetballen, wielrennen, biljarten en de Olympische Spelen, Kees kan er over meepraten. Misschien nog wel het meest over biljarten. ,,We zijn in de loop van de jaren aardig uitgebreid. Na een jaar of vier konden we verbouwen en kwam er het middenzaaltje bij. Ik zette er twee biljarttafels neer, kleine wedstrijdtafels. Dat was een goede zet. Na een jaar kwamen er nog twee grote tafels bij. Het was een beetje passen en meten, maar het ging net. Er werd een biljartvereniging opgericht, BV TOG, en binnen de kortste keren hadden we een volle agenda. Later kwam er een feestzaal bij en weer later konden we die verbouwen tot grote biljartzaal, omdat we er nog een pand bij hadden gekocht. Die grote zaal was goed voor de biljartsport. In het begin kwamen er alleen biljarters uit Hoeven, maar al gauw kwamen ze ook uit St. Willebrord en Etten-Leur om hier te spelen. Het niveau steeg. We gingen eerste divisie driebanden spelen en later zelfs eredivisie. Dat betekende dat we hier voortaan de biljarttop over de vloer kregen. Het eerste jaar speelden we met Frans de Vries op het eerste bord, Herman van Dalen op tafel twee en Wim van de Berg en Eddy Leppens op drie en vier. Eddy was toen nog een echt een jonkie. Op dit moment spelen we met Gerwin Valentijn, Eddy Leppens, Jef Philipoom en Jack Wijnen.”

,,Door het succes van het team en doordat al die internationaal bekende spelers zomaar hier binnenstappen, raakte ik steeds meer geïnteresseerd. Ik ging ook bij andere toernooien kijken en zo kwam ik op het idee om ook eens een groot toernooi te organiseren. En toen was daar ineens de Halderbergse horecadag, waarop de horeca-ondernemers uit de buurt nu eens zelf een dagje uitgaan. Daar kwam ik Marcel van Helmond tegen, die bij RBC de afdeling communicatie deed. Tijdens die dag is het idee ontstaan om juist in het RBC-stadion eens zo’n toernooi te organiseren. Marcel introduceerde me weer bij Paul van der Kraan, de toenmalige manager bij RBC, en zo is het balletje gaan rollen.
Geld was natuurlijk ook een probleem, maar doordat RBC ons in contact bracht met bijvoorbeeld de gemeente en met Verlascon, werd ook dat probleem weer opgelost.
Binnen in jaar was het geregeld en in oktober 2003 hadden we een fantastisch internationaal toernooi. Aan de vooravond daarvan was ik ontzettend zenuwachtig en grieperig. Desondanks heb ik er geweldig van genoten. Hoe dan ook, ik vind het organiseren van zo’n toernooi iets geweldigs. Ik zou het zo weer doen.
Ik vind dat we een mooi leven hebben, Anja en ik. Als ze me in mijn jeugd hadden verteld, dat ik later een café zou hebben, dan had ik ze midden in hun gezicht uitgelachen. Maar het leven is boeiend. We hebben iedere dag wel iets anders om voor wakker te worden. Waar ik ben over nog eens twintig jaar? Hier in Hoeven, ik ben hier geboren, ik ga hier niet weg. Waarschijnlijk werk ik dan niet meer, maar ik verdwijn niet van de kaart. Wedden dat ik dan het verenigingsleven in duik? Kan ik altijd nog iets voor Hoeven betekenen!”

 

 

 

 

 

 
december 2004
retour overzicht
boek
retour home
   
   
   
   
   
   
r