retour home
retour boek overzicht

‘De finish is geweldig, al die toejuichingen, kippenvel!’

'Speler' Atletiek, Florence van Rijsbergen
retour boek overzicht
   
 

‘Het leuke van laat starten met een sport is dat de mogelijkheid bestaat dat je nog lang doorgroeit’

 

Florence van Rijsbergen

 

,,Ik was vroeger echt een jongensmeisje”, zegt Florence van Rijsbergen, meervoudig winnares van de halve marathon in Roosendaal. Aanvankelijk vond ze voetballen en bomen klimmen heel wat interessanter dan de loopsport. Dus toen ze op haar twaalfde voor een sportvereniging koos, was dat een voetbalclub.
,,Om nu helemaal precies te zijn,” zegt ze, ,,begon ik eerst bij een turnclub. Niets voor mij, dat bleek al gauw. Sierlijk over een balk lopen, hopeloos, er is niets sierlijks in me. Ik was de jongste van zeven kinderen. Boven mij zaten drie broers en dan kwamen er twee zussen en nog een broer.
Tutten en frutten, lang haar, dat was allemaal niets voor mij. Toch kwam mijn inspiratie van onze huiskapster. Maar dat was omdat die op damesvoetbal zat.
Mijn moeder vond het maar niets. ‘Dat hou je nooit vol’, zei ze. Maar ik hield aan en op mijn twaalfde werd ik lid van de club. Dat had nog wat voeten in de aarde, want je moest eigenlijk veertien zijn, meisjeselftallen hadden ze toen nog niet, dus je speelde meteen met de dames mee. Maar ze hebben dispensatie voor me gevraagd en zo trainde ik als klein opdondertje tussen al die grote meiden.
Wat voelde ik me verlegen. Zij waren al volwassen in mijn ogen, helemaal gevormd… en ik als sprinkhaan met ze onder de douche? Denk het niet! Ik kwam in mijn trainingspakje aan en ik ging in mijn trainingspakje weer naar huis. Douchen deed ik thuis wel. Op het veld was ik minder verlegen. Ik was een echt werkvoetballertje. Mij kon je alles laten doen, voor, achter, links, rechts, ik liep overal, een sprintertje, kon er op het veld ook met de bal rap vandoor gaan.
Ik heb in het West-Brabants elftal gespeeld en zelfs een keer in het Brabantse elftal. Tja, als je altijd op straat tussen de jongens voetbalt, krijg je vanzelf wel techniek.
Tot mijn 29ste ben ik blijven voetballen, maar toen was ik al een jaar of drie met lopen bezig. Aanvankelijk dacht ik aan triathlon. Ik was bij een wedstrijd van een broer van me en ik raakte helemaal enthousiast. Al snel was ik fanatiek aan het trainen en ik heb in die anderhalf jaar ook nog een paar wedstrijden mee gedaan, maar nee, het was niets voor mij. Wat een zenuwengedoe, eerst zwemmen, vaak hartstikke koud en dan snel je fiets opzoeken met een nat lijf in je kleren wringen, je kreeg je veters niet vast, wat een ellende. Toen hadden ze nog niet van de instapschoentjes, Nee, eigenlijk vond ik het lopen wel het allerleukste. Dus daar ben ik toen in blijven hangen. De rest doe ik er nog voor de lol bij. Als ik bijvoorbeeld een blessure heb, dan houd ik mijn conditie op peil met fietsen. Het voetballen gaf ik ook op. Je moest op te verschillende manieren trainen. Met voetbal kweek je voornamelijk korte dikke spieren, terwijl je voor het hardlopen lange spieren nodig hebt.”

,,Ik ben niet meteen met de halve marathon begonnen. In het begin liep ik de tien en de vijftien kilometer. Maar al snel deed ik toch de halve marathon en ja, ik heb ook wel hier en daar wat gewonnen. Ook in Roosendaal. De kracht van de Roosendaalse marathon is, dat het een echte volkswedstrijd is, een erkende KNAU-wedstrijd, met een mooie pot prijzengeld, maar zonder startgeld om de groten te lokken. Dus iedereen kan inschrijven en heeft gewoon ook eens kans om te winnen, omdat die snelle Kenianen en zo er eens een keertje niet zijn. Hoeveel keer ík er al heb meegedaan? Eh, minstens tien keer, zeker als je de halve marathons en de tien kilometers bij elkaar optelt. Dat onthoud ik niet allemaal. Ik vind het niet zo belangrijk.
Ik train vijf keer in de week, maar veel meer kan ik je er niet van vertellen.
Heel veel lopers houden een trainingsboekje bij, hoe lang ze hebben getraind, waar op welke manier, voor welke wedstrijden, wat de resultaten waren. Dat doe ik allemaal niet hoor. Ja, mijn persoonlijke records onthoud ik wel, en dat ik wereldkampioen ben geworden, dat hoef ik ook niet op te schrijven.
Kijk, vroeger kreeg je na de wedstrijd de uitslagen mee, en die deed ik na thuiskomst altijd wel netjes in een mapje, maar tegenwoordig staat het op internet. Nou, daar heb ik echt het geduld niet voor.”

Op de website van de Roosendaalse Halve Marathon staan eerste prijzen voor Florence in de jaren 1993 en 1994. Ook in 1996, 1997, en 1998 deed ze mee, maar toen bij de tien kilometer. Ook de eerste prijzen van die jaren zijn via de site voor de eeuwigheid veiliggesteld. Dat geldt niet voor alle categorieën. De resultaten van de veteranen worden er bijvoorbeeld maar een jaar lang bewaard. Maar ook in die categorie haalde ze in de afgelopen jaren eerste prijzen. Zoals in 2004.
,,Dat was sowieso een superjaar. Bij de WK-indoor in Duitsland werd ik wereldkampioen in de categorie 40-45 jaar, en bij de NK Cross was ik ‘overall’ winnaar, ook weer in de 40plus-categorie. Ja ja, als jongste in de categorie, zul je zeggen, maar let op! Mijn uitslagen waren beter dan van de 35-jarigen. Sterker nog, mijn uitslagen waren beter dan toen ik zelf 35 was. Ach, toen had ik ook wel een superdag. Alles moet meezitten, je moet al een tijdje goed in vorm zijn, maar ook de vorm van de dag moet meezitten en ook je cyclus. Reken er maar op, dat die ook roet in het eten kan gooien.
Het leuke van laat starten met een sport is dat de mogelijkheid bestaat dat je nog lang doorgroeit in prestaties. In het begin liep ik de tien kilometer in 43.44 minuten, en nu zit ik met mijn persoonlijk record al onder de 37 minuten. Dat ging gewoon van lieverlee vooruit, en nog, dat is het leuke ervan. Ik denk wel eens, kan het nog beter? En stiekem antwoord ik dan mijzelf: denk het nog wel…”

Toch gaat sport bij Florence niet voor alles. ,,Toen ik twaalf jaar geleden zwanger werd, ben ik even met lopen gestopt. Er zijn er die gewoon zo lang mogelijk doorlopen, maar ik voelde me daar niet lekker bij. Ik ben wel blijven fietsen, althans, zo’n beetje toch. Een half jaar na de bevalling van mijn Dominique was ik weer op het oude niveau. Maar vlak na de bevalling kon je me opvegen. Ik deed het eerste rondje met de kinderwagen, je kent dat wel, en toen was ik al zo moe… daar schrok ik toch wel van. Maar goed, dat was toen in april en in juni heb ik toch weer mee gelopen in Roosendaal, niet zo’n goede tijd, maar ja.
Voor mijn dagelijks brood werk ik bij de thuiszorg West-Brabant als koerier voor de interne bestellingen en de post. Soms gaat er iemand met me mee, als we ergens een bed af moeten leveren en in elkaar moeten zetten, maar meestal ben ik alleen. In Roosendaal staat het hoofdkantoor en mijn regio is van Steenbergen en Dinteloord naar Sprundel en St. Willebrord. Op zich is het vrij eenzaam werk, meestal zit ik alleen in de auto, maar ach, dan maak ik op de vestigingen weer eens een praatje. Daarvoor werkte ik bij de mensen thuis, het zware huishoudelijke werk, maar op een gegeven moment maakte je zes badkamers in de week schoon, dat ging toch wel een beetje de keel uithangen.”

,,Sport is belangrijk, maar ik pas er mijn leven niet helemaal voor aan. Ik eet gewoon gezond, zoals mijn moeder het me geleerd heeft: veel groenten, fruit en bruin brood.
O ja, en niet te veel vet, dus geen junkfood, maar op een feestje pak ik gewoon een gebakje. En alcohol? Zo af en toe bij het eten een rood wijntje. De enige keer dat ik een pilsje drink is bij de Roosendaalse marathon.”
Ze grinnikt: ,,Maar dan is het ook feest. Ik ken veel Roosendalers. En zij kennen mij. Als ik bij de marathon onderweg ben, dan hoor ik constant langs de kant van die kreten als: ‘Kom op Florence, hup Florence’. Dat is zó leuk. En dan kom je op het keerpunt en dan loop je dus dezelfde weg terug en dan krijg je zelfs van je medelopers aanmoedigingen. Dat is zo fantastisch. De finish is ook zo geweldig. Je gaat door de Molenstraat, je neemt de bocht naar de Oude Markt, in de verte hoor je de speaker en begint er een bandje te spelen. Al die toejuichingen, zúlke grote koppen kippenvel heb ik dan! Zo leuk.
De prijsuitreiking op de Oude Markt is altijd erg leuk. Alle cafés hebben hun terrassen buiten gezet, dus het eerste dat je krijgt aangereikt als je binnen bent is een lekkere pint. Nou, dat komt aan dan hoor, je maag is dan helemaal leeg, je bent moe. Bij mij werkt dat echt als lachgas. Als ik bij de prijsuitreiking dan op het podium moet komen, zeg ik alleen maar gekke dingen. Cor van Beurden, de speaker probeert me dan altijd een beetje af te remmen, maar dat lukt niet altijd. Wat moet hij, als ik de microfoon grijp en roep dat ik nog wat wil zeggen, zoals een paar jaar geleden?
Ik maakte er een mooie show van, stak mijn arm omhoog, zoals Prins Carnaval dat altijd doet en ik riep: ‘Tullepetaone! Bedankt!’ En lachgas of niet, dat meende ik wel!”

 

 

 

 

 
december 2004
retour boek overzicht retour home
   
   
   
   
   
   
r