retour home
retour boek overzicht

‘Ik hoef niet zo nodig de directeur uit te hangen ‘

Organisator Voetbal, Jan Pollemans
retour overzicht
boek
   
 

Toch blijft RBC een kleine organisatie, waarin iedereen gewoon is gebleven, herkenbaar en aanspreekbaar.

 

Jan Pollemans

 

,,Ik heb een vreselijke hekel aan managers in hun donkere pakjes die vanuit de theorie wel eens komen vertellen hoe een zaak gerund moet worden.” Jan Pollemans, eigenaar van Super Pollemans en voorzitter van voetbalclub RBC, tikt op tafel om zijn woorden kracht bij te zetten. ,,Die broekies hebben geen idee hoe het er op de werkvloer aan toegaat, maar nemen wel beslissingen voor de mensen in het veld. Geld verdienen, dat is het enige doel. Natuurlijk, ik heb mijn werk nodig om een bestaan op te bouwen. Maar er is ook nog zoiets als arbeidsvreugde.”

Pollemans is een druk baasje. Wie hem aan de telefoon wil hebben, moet ’s morgens om acht uur bellen. Dan is hijzelf allang aan het werk. Op zijn kantoor rinkelt de telefoon met grote regelmaat. Achter zijn bureau kijken twee monitors uit over de supermarkt. Op die manier is hij in voortdurend contact met ‘zijn werkvloer’.
,,Ik ben altijd een ondernemer geweest die dingen anders wilde aanpakken dan anderen. In de supermarktwereld, maar ook in mijn werk voor RBC. Het verschil tussen die twee functies is voor mij niet zo groot. Ik ben niet voor gebaande paden, ik vind het leuk om mensen te verrassen. Gesigneerde voetballen in het publiek laten schoppen, prachtig toch? Een schouwburg afhuren om een toneelvereniging te steunen en daarnaast je klanten een extraatje te geven, dat geeft een fantastisch gevoel.”

Hoewel hij vaandeldrager is van Roosendaals trots RBC, komt Jan Pollemans zelf niet uit de spoorstad. Hij is geboren in Berkel en Rodenrijs. Voordat hij één jaar werd, verhuisde het gezin naar Franeker Na een paar jaartjes Friesland werd het West-Brabant: Halsteren. Hij vond het maar niks, die verhuizingen. ,,Dat zijn toch wereldreizen voor een kind? Op die manier is er eigenlijk geen enkele plaats waaraan je echt jeugdherinneringen hebt. Je kunt nooit zeggen: daar kom ik vandaan.
Toen we in Halsteren gingen wonen, ik was toen 5 jaar, kreeg ik een beetje het gevoel dat ik ergens thuishoorde. We waren inmiddels met zijn tienen: een ouderwets katholiek gezin.
Van de tien kinderen waren er zeven zoons. Een voetbalelftal was dus zo opgericht. Met dat team hebben we veel plezier gehad, we speelden in allerlei competities mee. 
Halsteren had ook een eigen voetbalvereniging: RKSV Halsteren. Op een gegeven moment kwam ik op het idee om een supportersclub op te richten, ontzettend leuk om te doen en het werd een bloeiende vereniging. Dat was mijn eerste kennismaking met het organiseren binnen de voetbalwereld. Toch ben ik toen een andere richting opgegaan. Ik heb lol in het runnen van een winkel. In Breda opende ik een supermarkt aan de Acaciastraat.
Maar ook toen was ik al snel weer bij de voetballerij betrokken. Als sponsor. Ik hou van voetballen en ik hou van mijn zaak. Ik wilde mijn winkel op een aparte manier onder de aandacht brengen. Toen er ook nog eens zoveel supporters van NAC in mijn wijk woonden, was dat nog eens extra aantrekkelijk. Zo heb ik een actie gehad met NAC-sherry. Echte sherry, maar met een speciaal NAC-etiket er omheen. In de buurt woonden ook verschillende NAC-spelers en die kwamen graag even langs om de sherry te presenteren. Het was een leuke stunt en NAC en ik hebben er wel bij gevaren.”

,,Maar dat was lang niet de enige klantenactie die ik heb gehouden.” Hij opent een kast in zijn kantoor en laat twee planken met foto-albums zien. Stuk voor stuk gevuld met foto’s van bijzondere activiteiten in zijn supermarkten. Klantenacties, maar ook acties voor en mét het personeel. ,,Ik vind een goede sfeer in het team zeker zo belangrijk als goede kwaliteit leveren en lage prijzen aanbieden.”
Als om zijn woorden kracht bij de zetten, gaat op dat moment de telefoon. Jans ogen twinkelen, de toon is gemoedelijk, hij maakt grapjes, maar zijn ogen staan vastberaden en zijn opponent aan de andere kant heeft een geducht tegenstander aan hem. ,,Nee, hoger ga ik niet. Lager mag altijd.” Hij grijnst breed als hij de telefoon neerlegt: zijn supermarkt is voor een jaar lang verzekerd van witlof voor een vaste lage prijs.

Hij maakt even een aantekening in zijn agenda. De pen ligt vreemd in zijn hand. ,,Auto-ongeluk”, verklaart hij kort. ,,Paar jaar geleden. Dat zet je wel weer met je beide benen op de grond. Zo belangrijk is het allemaal niet, weet je dan. Die wetenschap beïnvloedt ook de manier waarop ik werk, waarop ik zaken doe, waarop ik met mijn personeel omga. Ik hoef niet zo nodig de directeur uit te hangen. Ik werk het liefste met mijn mensen samen. Mijn klanten zien mij ook achter de klantenservice staan. Ik neem zelf de tijd om stagiaires tips te geven, de rijpheid van het fruit te controleren en ik sta ook vakken te vullen als het moet. Datzelfde geldt voor RBC. Als voorzitter sta ik tussen de supporters, voor mij geen vip-lounge of bobogedoe.”

Zestien jaar geleden opende Jan Pollemans ook een supermarkt in Roosendaal. Na een tijd verruilde hij het sponsorschap van NAC voor dat van RBC. ,,Waarom? Een logische keus, RBC leeft nu eenmaal meer in Roosendaal. Maar echt financieel voordeel heb je er niet van. Bij sponsoring gaat het naar mijn idee op de eerste plaats om sociale en maatschappelijke betrokkenheid. Pas in de tweede plaats levert het je naamsbekendheid op. En ja, dat is meegenomen.”
Hij werd lid van de commissie commerciële zaken van RBC. Niet lang daarna vroegen ze hem om vice-voorzitter te worden. Zeven jaar geleden stopte Theo Mangnus als voorzitter van RBC en een vervanger was er zo gauw niet. ,,Vooruit,” zei ik, ,,ik zal het een tijdje doen, tot er een ander is. Maar die ander is nooit gekomen en zo ben ik voorzitter gebleven.”
Weer de telefoon: een leverancier. Of Super Pollemans voortaan twee weken van te voren wil aangeven welke producten er in grote hoeveelheden nodig zijn. ,,Dat kan dus niet”, zegt Pollemans tegen de man aan de andere kant van de telefoon. ,,Ik kan nooit van tevoren zeggen of een aanbieding zal aanslaan of niet. En dan wil ik graag snel kunnen aanvullen.” Voor hem zeer logisch, maar zijn gesprekspartner denkt er anders over, de logica van Pollemans past niet in zijn bedrijfssysteem. Maar hij kan praten als Brugman. ,,Dan zullen we het nooit eens worden”, besluit Pollemans en hij legt de telefoon neer. ,,Dit is nu zo’n voorbeeld van die moderne managers. Die heeft op zijn hogere managementopleiding geleerd welk systeem hij moet hanteren en is daar niet meer van af te praten. Van de werkelijke praktijk heeft hij geen notie.”

Terug naar het onderwerp RBC. Heeft hij dan een hekel aan professionalisering? Als voorzitter heeft hij RBC toch ook naar een meer gestructureerde organisatie geleid?
,,Helemaal geen hekel! In de tijd dat ik als voorzitter begon, werd ook langzaam maar zeker duidelijk dat RBC professioneler moest gaan werken. Daarvoor waren zakenmensen nodig met kennis en kunde en die er tijd voor vrij konden maken.
Nu is ‘tijd vrij maken’ een rekbaar begrip, want in de begintijd kostte die functie me zo’n dertig tot veertig uur per week. Nu blijft dat beperkt tot een uurtje of twintig. Let wel, dat zijn uren die ik draaide naast het werk voor mijn eigen bedrijf. Ik had in die tijd zelfs twee supermarkten, kun je nagaan. Je moet dus wel plezier in zo’n taak hebben, anders red je het niet.
Het betaalde voetbal is een wereld waarin de salarissen wel eens onevenwichtig worden genoemd, zeker als je ze vergelijkt met die in de rest van de werkende wereld. Misschien is dat wel zo. Maar dat geldt zeker niet voor ons als bestuursleden. Voor ons is het vrijwilligerswerk, waar geen dik salaris tegenover staat, dat vergeten mensen wel eens.
Geld is ook niet altijd bepalend voor de prestaties. RBC draait goed, we hebben een gezonde organisatie, we zijn schuldenvrij, we hebben een nieuw stadion gebouwd, hebben daar de politiek voor warm gekregen, de supporters en de sponsors zijn al die tijd achter ons blijven staan. Zoiets kan niet door een of twee personen bereikt worden, dat is de prestatie van de totale organisatie. Dat is de kracht van RBC.
Ik ben er op trots op dat we met een naar verhouding kleine begroting op het hoogste niveau meedoen. Andere clubs hebben twee tot drie keer zoveel budget, maar het helpt ze niet om net zo goed te presteren als RBC. Dat ‘kleine budget’ is natuurlijk maar relatief. We hebben het wel over een bedrijf met 7 tot 8 miljoen euro omzet. Zo’n bedrijf kun je er niet zo maar even bij doen. Daarom hebben we nu een eigen directeur in dienst genomen.
Toch blijft RBC een kleine organisatie, waarin iedereen gewoon is gebleven, herkenbaar en aanspreekbaar. Er zijn ook geen niveauverschillen. Bobo’s? Die komen bij ons niet voor. We houden van ongedwongen gezelligheid, zonder dat dat de ambitie in de weg staat om een goed niveau te bereiken. Juist daardoor presteren we bovenmaats, zou ik zeggen. Die gemoedelijkheid is gewoon een onderdeel van de bedrijfsvoering!”

 

 

 

 
december 2004
  retour home
  retour overzicht
boek
   
   
   
   
   
r